Wortelkanaalbehandeling bij een-, twee- en driewortelige tanden
Wortelkanaalbehandeling bij meerwortelige tanden
Wortelkanaalbehandeling bij een-, twee- of driewortelige tanden is het reinigen, vormgeven en vullen van wortelkanalen bij pulpa-infectie of irreversibele pulpitis. Boven- en ondermolaren hebben meestal meer dan één wortel; voortanden zijn meestal eenwortelig.
Een belangrijk onderscheid: het aantal wortels en het aantal kanalen zijn niet altijd hetzelfde. In één wortel kan meer dan één kanaal aanwezig zijn; bij bovenste eerste molaren is het tweede kanaal in de mesiobuccale regio (MB2) een vaak gemist kanaal. Een gemist kanaal kan tot behandelfalen leiden.
Anatomie en beeldvorming
Wortelkanaalkromming, nauwe kanalen en toenemende verkalking met de leeftijd kunnen de behandeling bemoeilijken. Periapicale röntgen wordt gebruikt bij de eerste beoordeling; bij complexe anatomie kan Cone-beam-CT (CBCT) selectief helpen om een extra kanaal of laesie te vinden.
Microscoop of vergroting kan helpen extra kanaalingangen te vinden; niet elke kliniek beschikt over dezelfde apparatuur.
Behandelstappen
Onder lokale anesthesie wordt toegang tot de pulpakamer gemaakt. Met NiTi-rotatievijlen of handvijlen worden de kanalen gereinigd en gevormd. Irrigatie met natriumhypochloriet en EDTA draagt bij aan infectiecontrole.
Afhankelijk van de ernst van de infectie kan tussentijds intracanaal medicament (calciumhydroxide) worden achtergelaten; de behandeling kan in één of meerdere sessies worden afgerond. Obturatie gebeurt met gutta-percha en sealer. De werking van anesthesie en gevoeligheid na de behandeling kunnen per persoon verschillen.
Restauratie en follow-up
Na wortelkanaalbehandeling kan de tand kwetsbaarder worden; vooral bij molaren met grote caviteiten kan een beschermende restauratie (kroon of onlay) worden overwogen. Een kroon is niet automatisch in elke casus geïndiceerd; resterend tandweefsel en occlusale belasting worden samen beoordeeld.
Periodieke röntgencontrole kan worden aanbevolen om de apicale gezondheid te volgen. Bij falen kunnen herbehandeling of apicale chirurgie als alternatief worden overwogen.
Verschil met periapicale laesie en herbehandeling
Bij tanden met periapicale laesies kan een radiologische laesie aan de wortelpunt aanwezig zijn; follow-up en prognose worden apart beoordeeld. Herbehandeling is het verwijderen van de oude vulling en opnieuw behandelen bij tanden met een eerdere mislukte wortelkanaalbehandeling.
Alle drie indicaties vragen om verschillende planning en verwachtingen. Enkele dagen lichte kauwgevoeligheid na de behandeling kan voorkomen; ernstige of toenemende pijn vraagt beoordeling.
De afdichting van de bovenrestauratie na wortelkanaalbehandeling is belangrijk voor langetermijnsucces; een tijdelijke vulling mag niet lang blijven zitten.